''Alles doen, om geen tijd te hebben om alles te doen''

Elke dag heb ik weer allerlei taken op mijn takenlijst, maar er is nooit genoeg tijd om ze goed te doen. Ik loop voortdurend achter de feiten aan, waardoor ik nauwelijks toe kom aan de wezenlijke dingen in het leven. Mijn moeder kijkt me niet-begrijpend aan: ''Kind, waar heb je het over? Jij haalt toch altijd je deadlines?''

Onlangs las ik over het 'Overwhelmed' verschijnsel, als volgt getypeerd door de Amerikaanse journaliste Brigid Schulte: ''Ik loop altijd achter en ben altijd laat, met nóg een ding en nóg een ding voor ik de deur uit storm. Hele uren verdampen terwijl ik dingen doe die gedaan moeten worden. Maar als ik eenmaal klaar ben, kan ik niet vertellen wat ik heb gedaan en waarom het zo belangrijk leek.'' Ik ben dus niet de enige die hoge tijdsdruk ervaart. De oorzaken voor dat gevoel van drukte schijnen uiteen te lopen: het kan te maken hebben met m'n levensfase, type baan en het feit dat ik een vrouw ben. Ja echt. Vrouwen zijn dus een stuk meer vatbaar voor de gejaagdheids-ervaring.

 

Een ander deel van het antwoord is voor iedereen hetzelfde: we proppen onze agenda's zelf graag vol. Ondanks dat ik snak naar rust herken ik dat wel. Als ik even helemaal niets te doen heb vind ik dat eigenlijk niet zo prettig. Ik voel me dan niet nuttig en onproductief. En dus eigenlijk onbelangrijk. Nogal ongemakkelijk. Daar komt bovenop dat het de afgelopen jaren nóg gemakkelijker is geworden om onze tijd volop te benutten: waar je vroeger om je heen keek als je op de trein stond te wachten, kun je nu gewoon rekeningen betalen, internet winkelen, werken of gewoon kattenfilmpjes kijken op nutteloze momenten. We hebben dus minder natuurlijke rustmomenten en daarnaast raakt onze aandacht en tijd versnipperd door al die verschillende activiteiten vanuit verschillende rollen.

 

Die momenten waarop onze aandacht versnippert, herkennen we eigenlijk niet als zodanig denk ik. Even tussendoor op m'n telefoon kijken en alvast m'n mail lezen, dat is toch een efficiëntieslag? Ik doe iets, terwijl ik anders niets zou doen (#productivity). Toch is dat niet helemaal waar volgens Theo Copernolle (Neuropsychiater en schrijver van het boek 'Ontketen je brein'). Alleen al het piepje van een appje verstoort je concentratie gemiddeld anderhalve minuut (zelfs als je het bericht dus niet eens leest!). Stoppen is niet zo makkelijk als het lijkt: voor ons brein lijken al die berichten onwijs urgent. Ons brein kan namelijk niet zo goed prioriteiten stellen tussen belangrijke en niet belangrijke zaken. Ons brein werkt even hard om een antwoord te vinden op jouw levensvragen als op de vraag welke koffie je wilt drinken. En nu komt de klapper op de vuurpijl: hoe voller ons hoofd, hoe minder het overzicht wordt in ons brein van wat nu echt belangrijk is.

 

Dat betekent concreet: als je eenmaal gejaagd bent, dan lijkt elke prikkel en taak even dringend. Het einde van die takenlijst die komt dus nooit in zicht. En dingen die écht belangrijk zijn (familie, vrienden, ontspanning) staan van niet op mijn takenlijst, dus reken maar uit. Gelukkig zijn er ook dingen die je kunt doen (deze opties heb ik verzameld vanuit boeken en tijdschriften, er kan vast nog veel meer):

  • Reflecteer: plan regelmatig reflectiemomentjes in om stil te staan bij wat je op dit moment aan het doen bent, wat éigenlijk echt belangrijk is om te doen en daar vervolgens naar te handelen;

  • Neem pauze of neem zelfs gewoon vrij op je drukke momenten: door de rust zul je je prioriteiten weer een stuk scherper gaan zien, waardoor je effectiever aan de slag kunt gaan;

  • Omarm een planningstechniek waarbij je werkt vanuit grote doelen: bijvoorbeeld via de logica van een bullet journal of via de Bregman-methode;

  • Zet 'rust' bovenaan die prioriteitenlijst. Juist rust maakt ons stukken efficiënter en productiever;

  • Werk aan één taak tegelijk: bijvoorbeeld in sprintjes van 60 minuten zonder afleiding van je e-mail of je telefoon;

  • Leg je lat wat lager: niet omdat je geen ambities meer mag hebben, maar omdat 'goed genoeg' vaak ook gewoon volstaat.

Conclusie: het moment dat alles af is, dat komt er nooit. En ondanks dat mensen om me heen denken dat ik vaak m'n dingen af heb, voel ik dat zelf niet zo. Het helpt om inzicht te krijgen en in de redenen waarom ik dat zo voel. Het helpt ook om te te realiseren dat dit gevoel wellicht feitelijk juist is, maar dat het niet de enige waarheid is. Hierin heb ik een keuze om me er slecht over te voelen of me te realiseren dat het streven om alles af te hebben gewoonweg niet realistisch is. En dan op tijd rust te pakken.

 

Superproductief, die rust;)